foto

Review


Recensie Gerard Schaaf, KARPER magazine 49

In juni 2008 verschijnt een boek over karpervissen van Boudewijn Margadant. Weer een boek over karpervissen. Alsof er de laatste tijd niet genoeg karperboeken zijn verschenen. Fraaie boeken van bekende namen die met een hoop tamtam werden aangekondigd en aan de man werden gebracht. Hoe anders verloopt het met de ten doop legging van Boudewijn ‘Een moment van verleiding’. Een fraai ogend boek, full color en in handzaam formaat, dit keer van een nog onbekende karpervisser en schrijver. Zou dit schrijfsel nog iets kunnen toevoegen aan al dat onlangs uitgekomen karperboeken geweld? Wis en waarachtig! Een moment van verleiding vult het gapend gat dat in de huidige lectuur op karpergebied is ontstaan.

Het 288 pagina’s tellend boek verslaat en vertelt op boeiende wijze over hoe Boudewijn zijn visserij beleeft en toepast. Het zijn verslagen van een struiner. Hij vertelt in een prettige leesstijl over zijn passie; het zoeken en jagen op karpers.

Als lezer kijk je over zijn schouder mee zodra hij met zijn hengel op pad gaat. Op zijn fiets vertrekt hij van huis. Kilometers worden sluipend afgezocht langs de waterkant. Ondertussen worden drijvende kattenbrokjes gevoerd. Hij neemt je mee bij het zoeken tussen drijfvuil, onder takken, bij bruggen, tussen plompen, in ondiepe zijsloten. Hij trapt in hondendrollen, glijdt soms weg in kuilen en prikt zich aan struiken.

Gevoelig goed weet de vissende schrijver zijn emoties tijdens zijn ontdekkingen te omschrijven. Ik citeer; “Kleine tikjes verraden vis in de buurt. Twee bellen verschijnen en spatten kapot. Ik leun nog wat verder over de brugleuning. Ik word een met het pennetje, voel de aanwezigheid en elke beweging ervan. Ik hoor geen tram, geen auto, helemaal niets meer. Dan steekt het rode puntje van de pen omhoog het water uit. Ik pak de molenspoel met mijn vrije hand vast. Nu! Ik sla de hengel omhoog en ga er vol in hangen.” Keigoed wordt het ‘struinen ’uit de doeken gedaan. Ik citeer verder;”Op een zonnige, warme middag in mei loop ik de zijsloten van de gracht af. Voor me zwemt een schub die met gemak de dertig pond haalt. Al ruim een uur geleden heb ik de achtervolging ingezet en al meerdere keren hapte hij op wat brokjes, waarna hij telkens weer verder zwom. De vis stopt bij een bosje onkruid dat half in het water hangt en neemt daartussen een paar happen. Ik pak een handje brokken uit mijn tas en gooi die over de vis heen, tegen de kant. Als de vis weer doorzwemt, komt hij die in ieder geval tegen. Ik laat mijn korst aan de buitenkant van het groen op het water zakken en wacht af.” Al lezende vierde ik regelmatig feestjes van herkenning aangezien ik jarenlang op identieke wijze op karpers viste. En dat ook nog in dezelfde wateren en stekken die Boudewijn aandoet… Ik herken de spanning, de hartkloppingen, de pijn in benen en rug, de teleurstellingen, de brandnetels, de kicks…

Een moment van verleiding blijft verschoond van preken, borstklopperij en geschoolmeester. Onomwonden vertelt de bescheiden Boudewijn over zijn jagende manier van karpervissen. Hij trekt je er helemaal in mee. Ronduit vertelt hij ook over zijn mislukkingen en twijfels, over zijn haat liefde verhouding met de omgeving waar hij vist. “Een ondoorgrondelijk onbevredigd gevoel sluimert in mijn hoofd. Ik mis iets. Ik mis de totale voldoening die je zou moeten voelen bij het vangen van zo’n vis. Dat is geen goed teken. Ik vang een grote en heel mooie vis, maar het houdt eigenlijk niet meer in dan een korst bij een happende vis inleggen, hem binnenhalen en ter ondersteuning van de herinnering ermee op de foto gaan. Is dat nou vissen? Zal ik later met een voldaan gevoel op het vangen van deze vis terugkijken? Ik weet het echt niet… Vastlood vissen is ook niet meer dan op de goede plek ballen strooien, inwerpen en wachten tot je het geblèr van je pieper hoort. Tuurlijk komt er bij beide manieren van vissen meer kijken, maar toch…Ik weet waaraan het ligt; de omgeving drukt mijn enthousiasme. Ik worstel er al lange tijd mee, maar elk voorjaar ga ik toch weer keihard voor de bijl. De grote vissen die dan aan de oppervlakte zwemmen, de waaierende staarten in ondiep water, het feit dat ik ze bij elk weertype en in elk jaargetijde weet te vinden, het trekt me toch steeds weer naar de gracht, ondanks alles wat me tegenstaat.”

Lang blijft hij niet stilstaan bij zijn overwinningen en decepties. Hij zoekt gewoon weer verder naar karpers, het liefst ’s nachts. “Het is tijd voor een bak koffie. Vissen is mooi, zeker ’s nachts, struinend langs het water. De intimiteit, de rust, het op scherp staan van al je zintuigen, de concentratie en het geduld dat nodig is om een vis aan de hand van een geluid of kringen te lokaliseren, het is allemaal anders dan de dagvisserij. ” Wij, als lezers, gaan mee op sleeptouw en beleven zijn avonturen mee. “De val is gezet. Hij komt eraan. Ik zie hem tussen het gebladerte door. Zijn corpulente lijf wordt door de spaarzame zonnestralen die het takkengordijn doorbreken, benadrukt. Naar de brokken kijkt hij niet om. Ik begin te vrezen dat de vis gewoon zal doorzwemmen. Eindelijk zwemt de vis de open plek in. Hij merkt de korsten op en mindert vaart. Hij komt omhoog. Nog duidelijker wordt nu ook dat de vis ook heel hoog is. Opletten nu! Zenuwen gieren door mijn lijf. Mijn mond is gortdroog. Vragen schieten door mijn hoofd. Hoe zwaar is ie? Meer dan veertig pond? Ja, zeker veertig pond, maar hoeveel meer? Pakt íe mijn korst? Staat mijn slip goed afgesteld? Zal ik hem kunnen houden?”

Op treffend wijze wordt de ontmoeting met en vissen in gezelschap van Jopie beschreven. Jopie, de visser die aan de grachten er iedereen uit vist!

De visser Boudewijn heeft wat tegen het statisch vastlood vissen, toch verkiest hij weleens een periode om met wat vrienden op deze gemakkelijke viswijze karpers te vangen. In het hoofdstuk ‘De Plas’ word ik heen en weer geslingerd tussen ellende en voorspoed. Op een niet mis te verstane wijze wordt omschreven hoe een visser op zijn smoel kan gaan. Prachtig! Gerelativeerd wordt er ook. “Wat me elke keer weer opvalt, en tegelijkertijd ook wel stoort, is het aantal ‘vissers’ hier dat een vijfentwintigponder als ‘kutknol’ bestempelt. En vijfentwintig pond, wat zegt dat nu, een paar kilo meer of minder? Het lijkt haast wel dat je je tegenwoordig moet schamen als je nog geen vis van dertig pond hebt weten te vangen. Of is dat tegenwoordig misschien zelfs al veertig pond? Waarom worden vissers niet beoordeeld op hun vindingrijkheid en hun benaderingswijze waardoor zij een vis weten te vangen? In magazines lees je eigenlijk alleen artikelen over succesvolle sessies en twintig-kilo vissen. Zeer zelden over de miskleunen en mooie polderschubjes. Immers; geen succes zonder falen, is het niet?.”

Ergens las ik af en toe een beetje veel van hetzelfde. Boudewijn schaamt zich niet ook zijn vangsten van kleinere karpers te vermelden. Het siert hem en het is zondermeer waarheidsgetrouw, maar soms een tikkeltje overdone. Het zoeken en vinden en benaderen van karpers loopt als een rode draad door het boek. Een moment van verleiding tekent een charme offensief voor de actief zoekende manieren van karpervissen

Mijn complimenten ook voor het begeleidende fotowerk. Wat een struiner tijdens zijn tochten zoal ziet wordt doeltreffend in beeld gebracht. Het enthousiasme en de kracht gaat vooral uit naar het zoeken en vinden van prooi, dan komt het moment van verleiding…
“Zo voel ik me gelukkig; in alle rust aan het water, smakkende karpers om me heen en nergens anders aan hoeven denken. Heerlijk ongecompliceerd; alles helder in zijn eenvoud.”

Gerard Schaaf

N.b. Naast deze recensie is er in KARPER 49 een artikel van Boudewijn te lezen dat de aanpak van zijn visserij beschrijft.



Recensie SPIEGEL magazine nr. 12

Boekbespreking ‘Een moment van verleiding’ van Boudewijn Margadant
De relatief onbekende Boudewijn Margadant levert een bijzondere prestatie met het uitgeven van zijn eerste pennenvrucht. Meestal zijn het bekendere auteurs die na het publiceren van diverse artikelen alsnog besluiten om een boek te gaan schrijven. Het pad van Boudewijn verloopt anders en hij is niet bang om in het spreekwoordelijke ‘diepe’ te springen. Met het nieuwste Nederlandstalige karperboek ‘Een moment van verleiding’ treedt de 35-jarige Badhoevedorper in één keer uit de anonimiteit. De diepgewortelde passie van de auteur voor het struinend vissen met pen en korst komt in dit boek heel erg duidelijk tot uiting.

Voor Boudewijn geen ingewikkelde hightech rigs maar een drijvende broodkorst of een simpel gemonteerde dobber. Als een ware meester weet hij de karpers te verleiden op een wijze die tegenwoordig door veel karpervissers als ouderwets wordt bestempeld. Ondanks dat hij af en toe zelf ook achter een paar hengels zit die bewapend zijn met een zelfhaaksysteem, bewijst hij dat dit niet noodzakelijk is om karpers te vangen in de drukbeviste wateren van Amsterdam-West. De vangsten van de bevlogen struinende karpervisser mogen er dan ook zijn. De mythe dat je als penvisser geen grote karpers kunt vangen is na het lezen van dit boek voorgoed ontkracht. Toch ligt de nadruk absoluut niet op de grootte van de gevangen karpers en dat is een verademing om te lezen.

Het boek neemt de lezer mee naar de thuiswateren van Boudewijn en zijn visvrienden. Dat de grachten en vijvers niet altijd de meest vissersvriendelijke omgeving bieden wordt regelmatig op treffende en humoristische wijze beschreven. En naast meeslepende en spannende vangstverslagen worden ook de overige belevenissen in geuren en kleuren en op een herkenbare wijze verwoord. Lees de leuke hoofdstukken ‘De snackbareigenaresse’ en ‘De specimenhunter’ er maar op na. ‘Een moment van verleiding’ is geen boek dat bol staat van technische en tactische tips maar toch kan de oplettende lezer veel leren van de auteur. Want tijdens het lezen word je regelmatig mee terug genomen naar de tijd van Jan B. de Winter en Rini Groothuis. Het aanleggen en afvissen van kleine voerplekjes, het voorzichtig lopen langs de waterkant om de vissen niet te verschrikken en het letterlijk besluipen van karper. Het zijn de ‘old skool‘ technieken van de karpervisserij waarmee steeds minder vissers bekend zijn en die in het boek opnieuw tot leven komen.

De opmaak van het boek is sober en de fotografie is niet spectaculair. Hiermee geeft Boudewijn Margadant te kennen dat het karpervissen voor hem geen show is maar een serieuze beleving. Het is fijn om te ervaren dat de romanticus in de auteur de boventoon voert. Het is genieten van de beleving die van het boek druipt en je krijgt meerdere malen de onbeheersbare neiging om naar de hengelsportzaak te rennen om een penhengel aan te schaffen. ‘Een moment van verleiding’ is een verfrissende en welkome aanvulling voor de boekenkast van menig karpervisser.




Recensie Peter Dohmen, De Karperwereld 62

Karpervissers zijn romantische zielen… Dat zou je niet altijd zeggen, als je op je stek de overduidelijke sporen treft van houseparty’s rond de bivvy’s van je voorgangers, maar geloof me: de beste vissers zijn over het algemeen prima in staat zich over te geven aan bespiegelingen en aan zelfreflectie te doen. Da’s maar goed ook, want al die uren die je soms in je eentje verscholen tussen het riet doorbrengt, nopen je de gedachten af en toe te laten dwalen.
Karpervissers zijn ook lezers. Méér in ieder geval dan de doorsnee hengelaar. Dat wordt ook weerspiegeld in het beschikbare leesvoer. Drie volwassen Nederlandstalige magazines alléén voor karpervissers. Kom daar maar eens om als grofstoffelijke voornspecialist…
En dan de boeken die er in ons taalgebied verschijnen. Van elke drie titels die er worden uitgebracht, zijn er minstens twee aan het karpervissen gewijd. Vrijwel ieder jaar komt er minstens één karperboek bij (dit jaar alleen al waren dat er overigens maar liefst vier) en vaak zijn die boeken verhalend van aard. Natuurlijk zijn ook karpervissers geïnteresseerd in “how to catch fish stuff”, maar de meeste boeken beperken zich niet tot het beschrijven van technieken en het verstrekken van recepten voor altijd vangende boilies, maar geven ook ruim baan aan het beschrijven van sfeer en emoties.
Soms komt er zelfs nauwelijks of geen vistechniek aan bod en is een boek puur verhalend. En een heel enkele keer wordt daarbij dan ook werkelijk literatuur gepleegd. Het in 1996 verschenen De Karper Voorbij van ‘onze’ Joris Weitjens is daarvan hét ultieme voorbeeld. Joris maakte met zijn melancholische en fraai verzorgde schrijfstijl emoties bij mij los, die ik zelfs bij het lezen van toppers uit de wereldliteratuur niet mocht ervaren. Herkenning was daarbij wellicht het toverwoord.


Jungle

Sinds het verschijnen van Joris’ meesterwerk hebben diverse auteurs geprobeerd in zijn voetsporen te treden, zijn niveau werd evenwel wat mij betreft nooit meer ook maar benaderd.
Het dichtst bij komt echter zonder enige twijfel de mij voordien volledig onbekende Mokumse visser en nu dus ook schrijver Boudewijn Margadant.
In zijn recent in eigen beheer uitgegeven Een moment van verleiding blikt hij terug op zijn bestaan als karpervisser in de Grote Stad. Struinend en sluipend met een penhengel door de stadse jungle, door parken en boschages, langs singels, grachten en soms onverwacht mooi en uitdagend water. Meer dan Joris deed, doet Boudewijn vooral verslag van zijn visavonturen; van de zeperds die hij beleefde en van de successen die er ook waren. Dat alleen al doet vaak een glimp van herkenning ontstaan, van gedeelde gevoelens. En om dát te ervaren, lees je.
Zo nu en dan weet ook Boudewijn echter de snaar van diepere emoties te raken. Dan stijgt ook hij uit boven het verhalen over visavonturen en krijgt zijn boek een andere (mag je dat hogere noemen?) waarde.
Ook in Een moment van verleiding kom je onze bekende karperporno tegen, foto’s van mannen met bleek, welvend vlees in hun krachtige armen. Maar het zijn de fraaie sfeerfoto’s die je ook kunt aantreffen, die deze uitgave nog een meerwaarde verlenen.
Tussen de bijna 290 pagina’s zijn diverse kleine, fonkelende briljantjes verborgen. Wie leest zal ze vinden...

Peter Dohmen